Mango's stellen geen specifieke eisen aan de bodem. Het best groeien ze op een losse, enigszins schrale bodem. De planten zijn vrij goed bestand tegen droogte, om de vruchten goed te laten rijpen hebben ze zelfs een droogteseizoen van 3 maanden nodig. 

Eerste werkwijze:
Om zelf een mangoplant op te kweken moet men de pit eerst open te breken. Dit gebeurt best met een scherp mes. Werk de punt van het mes een paar millimeter in het hout en maak dan een draaiende beweging zodat de dikke wand lichtjes open splijt. Door het onrijpe plukken heeft het embryo, in de pit, immers niet voldoende voedsel kunnen opslaan. Het is te zwak om op eigen houtje door de wand te breken. Plant de pit in vochtige bladaarde en dek af met plastiek. Na een drietal weken, op een warme plaats in de schaduw, komen de eerste blaadjes tevoorschijn. De plastiek mag dan verwijderd worden en het jonge plantje mag geleidelijk gewend worden aan meer zonlicht. De plant vormt een uitgebreid wortelstelsel en moet in een vrij grote pot geplaatst worden. In ons klimaat zal de mangoboom niet bloeien.

Tweede werkwijze:
Was de pit heel goed af. Kijk uit als men overgevoelig is i.v.m. allergieŽn. Doe dan handschoenen aan om de pit aan te raken. Laat de pit ca. 5 dagen in lauwwarm water weken. (In de winter boven de verwarming zetten.) Zet de pit rechtop met het "oog" naar boven in de aarde. Neem een ruime pot. In een plastic zakje met gaatjes erin blijft de luchtvochtigheid hoog. Het kan enkele weken tot maanden duren voordat hij opkomt. Zet de plantjes op een lichte warme plaats. Geef ze in de zomermaanden kunstmest. Kijk uit voor afkoeling. Wilt men bloemen krijgen (als de plant ouder is), dan in de herfst een tijdje droger houden. De bloemen kunstmatig bestuiven. Geef de helft minder water dan normaal.

Enkele foto's:

kweek1.jpg (103942 bytes) kweek2.jpg (175809 bytes) kweek3.jpg (66612 bytes) kweek4.jpg (75544 bytes)